IN GESPREK MET...AGNES HOLTHUIJSEN

"Ons gelegenheidskoor: dat is echt Samen-Kerk zijn”

In de zeventiger en tachtiger jaren was ze binnen onze parochie al een niet weg te denken vrijwilliger, maar sinds ze –na negentien jaar ‘Brabant' – terug is in Nieuw-Vennep is haar inzet voor het kerkwerk onverminderd groot. ,,Ik vind het heerlijk om te doen'', zegt Agnes Holthuijsen(68). Een opmerking die bijna overbodig is: dat straalt ze gewoon uit.

Ze werd als Agnes Standaar geboren in Amsterdam-Zuid en groeide op in een goed Rooms gezin dat hoorde onder de parochiekerk Sint-Willibrordus buiten de Veste. Vader zat in het kerkbestuur en was collectant, haar broers waren misdienaar en acoliet en van haar moeder leerde ze onderweg ‘een ogenblikje voor God' te nemen door een kaarsje aan te steken bij Maria van Altijddurende Bijstand. ,,Het was heel ontspannen en vanzelfsprekend'', herinnert ze zich haar katholieke opvoeding.

Agnes trouwde in 1967 met stadgenoot Karel Holthuijsen en een jaar later kregen ze, vanwege zijn werk bij Bols, een huis in Nieuw-Vennep. Ze voelde zich er meteen thuis en ook het contact met de parochie was snel gelegd. ,,Dat was nog met Pastor Barendse en omdat ik graag meer over de Bijbel wilde weten gingen we op Bijbelcursus bij Wim Al.'' In de jaren daarna rolde Agnes, mede door de kinderen Charlotte en Rogier, van het een in het ander. ,,Ik zat in de gezinsdienstengroep, hielp mee bij het kinderkoor en eens in het jaar liep ik voor de Aktie Ton, wat nu Kerkbalans heet.'' Ze maakte ook deel uit van de Klankbordgroep. Die groep kwam eenmaal per maand bij elkaar, onder leiding van pastor Barendse, waarbij ze de lezingen van de volgende zondag met elkaar bespraken en actualiseerden. Verder was ze lector en op de Pastorale School volgde ze – met een aantal andere parochianen - een cursus om mee voor te mogen gaan in DOP(Dienst Onder leiding van een Parochiaan)-vieringen.

,,Zo'n dienst bereidde je dan met z'n tweeën voor. Dat was mooi om te doen.'' Samen met andere vrijwilligers kreeg ze het jongerenpastoraat van de grond. Dit jongerenpastoraat was bedoeld voor jongeren die het Vormsel hadden gedaan. ,,Tot aan het Vormsel waren ze heel intensief met het geloof bezig, maar daarna was er voor die groep geen aanbod meer om ze betrokken te houden'', weet Agnes. Met themabijeenkomsten en vieringen - voorbereid door Ben Smit - werd daarin voorzien. Om jongeren via zingen te motiveren ontstond uit het jongerenpastoraat vervolgens het jongerenkoor ‘Eigenwijs', wat later overging in Mitswa.

Inmiddels had pastor Tol zijn intrede gedaan in de parochie. Op de pastorie zorgde (wijlen) Mia van Staveren voor zijn natje en droogje, maar toen zij, door een medische ingreep, tijdelijk uitviel nam Agnes die taak van haar over: ze deed wat licht huishoudelijk werk en kookte tussen de middag op de pastorie. Ze heeft nog altijd contact met pastor Tol.

Agnes hielp als gastouder mee bij het Vormselproject ‘Op blote voeten'. ,,Dat heb ik vier jaar gedaan, de tijd dat onze eigen kinderen gevormd werden. In die tijd begonnen we trouwens direct na de zondag van het Vormsel met de nieuwe groep kinderen. Die zaten dan in het laatste jaar van de basisschool, zodat we twee vieringen in het aflopende schooljaar hielden en twee terwijl ze al op de middelbare school zaten. Precies in de tijd dat zoon Rogier zich voorbereidde op het Vormsel werd het gezin genoodzaakt om te verhuizen. Werkgever Bols verlangde dat vader Karel ging wonen in de regio waar hij als vertegenwoordiger werkzaam was. Dat waren Zuid-Holland en Zeeland. Provincies met weinig katholieken en daardoor niet erg aantrekkelijk. ,,Bovendien zat Charlotte toen al op het conservatorium in Rotterdam. Het moest voor haar wel te bereizen zijn. In overleg met de kinderen vonden Agnes en Karel een compromis: Etten-Leur, voor Karel berijdbaar en als katholieke zuiden aantrekkelijk. Het werd voor Agnes een zware tijd. ,,Het was gewoon een rouwproces en dat heeft wel een jaar geduurd. Toch werd ze al na vier weken gebeld door iemand van het kerkkoor, die haar ‘als nieuweling' in de kerk had gesignaleerd en daarbij vastgesteld ‘dat ze alle liedjes met heldere stem meezong'. Hij vroeg haar of ze het koor wilde komen versterken. En dat was het begin van negentien jaar inzet voor de H.Hartkerk, waar ze – net als in Nieuw-Vennep – een jongerenpastoraat oprichtte en waar ze – met liturgie in haar portefeuille – twee termijnen deel uitmaakte van de pastoraatgroep. Langzaam raakte ze thuis op haar nieuwe stek. Agnes: ,,Op een dag realiseerde ik me: ik heb vandaag niet eens aan Nieuw-Vennep gedacht.'' Dat was het begin van heel mooie Brabantse jaren, hoewel het gezin nauwe banden onderhield met Vennepse vrienden, parochianen en andere relaties.
Inmiddels was Charlotte terug gegaan naar Nieuw-Vennep, waar ze trouwde en twee kinderen kreeg. Voor Karel en Agnes uiteindelijk een reden om ook terug te gaan. ,,Maar nu ging ik vrijwillig, dus was ik hier zo weer gewend'', zegt Agnes, die zich sindsdien weer op tal van manieren voor de parochie inzet. Dat begon met het zingen bij het Mitswakoor, al spoedig gevolgd door het Ceciliakoor. Zingen bij twee koren? ,,Dat bijt elkaar niet, hoor! In Etten-Leur zong ik bij vier koren.''
En vol enthousiasme zingt ze mee in het gelegenheidskoor ‘Back-up'. ,,Dat is gewčldig. Echt een feestje. Tijdens de repetities krijg je zo'n band met elkaar. Van klein tot groot zingt erin mee. Dat vind ik nou echt Samen-Kerk zijn.''
 
Bij het Ceciliakoor behartigt Agnes ook het secretariaat. ,,Post afhandelen, vergaderen, het maandblad verzorgen'', somt ze wat werkzaamheden op. Ook maakt ze deel uit van het team mensen dat bij toerbeurt de mobiele telefoon van de parochie bemant en stelt ze daarvoor het rooster op. Wordt er een overlijden gemeld, dan moet degene die de mobiele telefoon heeft alles in gang zetten voor het regelen van de uitvaart, zoals pastor, koster, bloemengroep, kruisje, condoleance in
De Herberg en eventueel de kerkschoonmaakploeg.
,,Laatst had ik er in één week vier. Tja, dan heb je het even druk'', klinkt het laconiek. Tussen al dat vrijwilligerswerk voor de kerk moet ze viermaal per week naar de therapie om zichzelf – met haar ernstige vorm van reuma – op de been te houden. ,,Vier keer in de week is best veel, ja, en daarom heb ik andere dingen nodig om niet teveel met mezelf bezig te zijn.''

Ronnie van der Knaap