|
Uitleg van Het Lof
De Eucharistische aanbidding, het Lof of de Laudes vespertinae is een plechtigheid in de Katholieke Kerk, waarbij het Allerheiligste in de monstrans op het altaar wordt uitgesteld. In tegenstelling tot de tegenwoordig meer gebruikelijke stille aanbidding, werd vroeger tijdens een Eucharistisch Lof veelal gezongen en hardop gebeden. Gebruikelijke gezangen tijdens het lof zijn de beroemde hymnen die worden toegeschreven aan de heilige Thomas van Aquino: Adoro te devote, Panis Angelicus en Tantum Ergo. Ook bekend is het Ave verum corpus.
De aanbidding wordt, als er een priester is, afgesloten met een zegen met het Allerheiligste, ook wel een eucharistische zegen genoemd. De priester maakt hierbij langzaam een groot kruisteken met het Allerheiligste. Hierbij wordt het Allerheiligste bewierookt en wordt er langdurig gebeld met een altaarschel.
|
|
De gelovigen dienen een twee maal een kruisteken te maken: aan het begin van de zegen en op het eind van de zegen. Respectievelijk tijdens het eerste en het laatste kruisteken.
|
|
|
|
Verguld en verzilverd koper, een zeslobbige voet met opstaand randje. Op lobben gedreven passiebloemen in cirkels.
Nodus met zes vooruitstekende knoppen met bloemmotieven met ingelegde opaaltjes. Bovenbouw met kanteelrand. Twee bloemkelken met opaaltjes en draaiende rank.
Torenbekroning met aan weerszijden beeldjes van engelen met lijdenswerktuigen, links heilige met bijl (=Matthias?), H. Simon met zaag, en Johannes de Evangelist. Links Petrus met sleutel, Paulus met zwaard, en Johannes de Doper met lam. Bovenin onder baldakijn Maria met Kind. Kruis met corpus in top. Het geheel ingelegd met opaaltjes. Lunula in de vorm van bloemenrank met korenaren en ingelegd met opalen en diamanten.


